E-mailadres
Wachtwoord
 
NVSN-voorzitter Paul Zonneveld bepleit jaarrond exploitatie strandpaviljoens

'Zelfde regelgeving langs hele kust'

NIEUWVEEN - Alleen het ministerie van Verkeer en Waterstaat moet de baas zijn als het gaat om regelgeving langs de kust. Zodoende wordt het eenvoudiger voor strandpaviljoens om een jaarrond exploitatie te realiseren, waarmee de concurrentie uit onder meer het buitenland kan worden gepareerd. Met die insteek gaat de Nederlandse Vereniging van Strandexploitanten Noordzeestrand (NVSN) binnenkort met de minister in gesprek.

DOOR KEES VAN DELFT

Dit zegt NVSN-voorzitter Paul Zonneveld. Gelijke regelgeving langs de hele kust is voor de NVSN een van de hoofdthema's voor komend jaar. "Ooit heb ik aan de minister van Verkeer en Waterstaat de vraag gesteld wie nou eigenlijk de baas is als het om regelgevinglangs de kust gaat", aldus Zonneveld. "Is dat het Hoogheemraadschap, Rijkswaterstaat, een ambtenaar van een of andere gemeente, een ambtenaar van een of andere provincie of de minister? Met de autonomie die sommige instanties nu hebben kweek je anarchie binnen je eigen organisatie. De minister zegde toe hier paal en perk aan te gaan stellen." Binnenkort gaat de NVSN weer met de overheid in gesprek. Zonneveld: "Alleen het ministerie van Verkeer en Waterstaat moet de baas zijn, zodat een gelijkwaardige jaarexploitatie langs de hele Nederlandse kust mogelijk kan zijn. In dit kader kan de pilot Jaarrond Paviljoens in Zandvoort als geslaagd worden beschouwd." De mogelijkheid om een paviljoen jaarrond te exploiteren wordt volgens Zonneveld vergroot door 'op palen' te gaan. "Als gevolg van de klimaatverandering komt het water steeds vaker hoog. Door op palen te gaan, verklein je het wegspoelrisico. Bovendien krijgen leden die op palen gaan extra korting op de verzekering. Het is niet voor alle paviljoens interessant, maar zeker wel voor paviljoens in bekende badplaatsen. In bijvoorbeeld Scheveningen, Noordwijk en Katwijk pakken ze dit goed op." Of paviljoenhouders nu wel of niet op palen gaan, feit is dat ze iets extra's moeten bieden om het hoofd boven water te houden. Met name de concurrentie uit het buitenland baart Zonneveld zorgen. "Het reisaanbod, ook naar verre bestemmingen, wordt steeds goedkoper. Zelfs Oost- Europese landen melden zich. Ik ken bijvoorbeeld een ondernemer die vanwege het klimaat naar Roemenië vertrekt om daar een paviljoen neer te zetten." Nederlandse ondernemers kunnen de buitenlandse concurrentie volgens Zonneveld tegengaan door 'klantvriendelijkheid, een beter product en een goede service'. "Slecht weer kan door inventiviteit van de strandexploitant grotendeels worden gecompenseerd. Bijvoorbeeld door avondopenstelling om te eten of door party's te organiseren." Daarnaast heeft ook de overheid een taak, aldus de NVSN-voorzitter. "Het kusttoerisme heeft een niet uit te vlakken economisch belang. Gelukkig is het ministerie van Economische Zaken daar ook van doordrongen."

Buffer

Terugkijkend op het jaar 2007 constateert Zonneveld dat de Nederlandse strandpaviljoens goed hebben gepresteerd. "Door de vele publiciteit over storm, regen en hoog water leek alles erger dan in werkelijkheid het geval was. Het was eigenlijk een gewone Hollandse zomer en bovendien konden we in het voorjaar een flinke financiële buffer opbouwen." Ook over de rol van de NVSN is Zonneveld tevreden. "Het afgelopen jaar hebben we een goed verzekeringsaanbod gecreëerd voor onze leden, met extra korting voor diegene die zijn paviljoen op palen plaatst. Daarnaast hebben we aandacht gekregen bij de ministeries van Economische Zaken en Verkeer en Waterstaat, zodat we mogen meepraten over het economisch belang van de kust en de noodzaak van zandsuppleties. Verder hebben we voor onze leden afspraken gemaakt met de SENA en hebben we gereageerd bij het ministerie van Landbouw op de aanwijzing van Natura 2000-gebieden, zodat wij ook hierin een stem krijgen."